juli 2008
Ik stap in de metro naar mijn nieuwe huis in Amsterdam-Oost. Lijn 53 van Diemen-Zuid naar het Weesperplein. Ik ga zitten en vis mijn mp3-speler uit mijn jaszak om op die manier mijn werkdag zo snel mogelijk te kunnen vergeten middels wat fijne, olijke liederen. Op het moment dat ik op play wil drukken hoor ik een accordeon. Exact hetzelfde geluid als onze buurman vroeger maakte vanuit zijn tuin (toen ik nog een bonzaïversie van mezelf was). Zo’n stereotypes bevestigende beroepslimburger, je weet wel. Maar goed. Terug naar het heden in lijn 53. Ik kijk om. Er komt een meisje aanlopen. Een meisje met een accordeon. Ongeveer van mijn leeftijd vermoed ik. Ze speelt onverminderd door terwijl ze mensen aankijkt met een vragende, bijna wanhopige, maar tegelijkertijd afgestompte blik. Zou er iemand geld overhebben voor haar muzikale verrichtingen?
Ik heb reeds mijn oordopjes in dus ze loopt langs me zonder aandacht aan mij te besteden. Ik zie er natuurlijk ook niet echt uit als iemand die geld over heeft. Maar toch heb ik medelijden en ik begin alvast mijn broekzakken af te speuren naar eventueel aanwezig kleingeld als ze de metro alweer uitstapt. Ik staar haar een beetje meewarig na en besluit maar gewoon stoïcijns voor me uit te blijven kijken en te hopen dat ik snel thuis ben. De vriendin wacht en het eten wacht. En toch kan ik een schuldgevoel niet onderdrukken als de metro vaart maakt, ik mijn mp3-speler aanslinger en ik vanuit mijn ooghoek het meisje met de accordeon op een hoekje van het perron zie zitten. Spelend alsof haar leven ervan afhangt. Wat misschien ook nog wel zo is. Uit respect zet ik mijn mp3-speler weer uit en duw hem terug in mijn jaszak. Wat een gebaar. Eikel.