juni 2008
Er was eens een klein landje in het Noordwesten van het welvarende Europa. Een vruchtbare delta aan de Noordzeekust. Een land waarvan de inwoners moedig hadden gestreden tegen de wateren waarmee moedertje natuur het land bedreigde. Dit land was een dappere handelsnatie die de zeven zeeën bevaren had. Het volk werd gekenmerkt door de veel geroemde VOC mentaliteit. Men was trots en machtig. Men had de zee bestreden en overwonnen. Men had overal ingenieuze waterwerken en dijken gebouwd langs de kustlijnen. Dijken. Grote hopen aarde aan de waterkant om te zorgen dat het land en zijn inwoners droog zouden blijven (en die dijken zijn echt wel een behoorlijk stuk handiger dan die duffe terpen die de Friezen wisten de verzinnen). Jawel.
Dijken horen al eeuwen bij het Hollandsche landschap. De strijd tegen het water is een van onze meest elementaire nationale zijnskenmerken en de door ons uitgedachte waterwerken om de zee na de watersnoodramp van 1953 definitief buiten te houden zijn vermaard over de hele wereld. Nederland heeft via ontwikkelingsgelden ende –projecten op vele plekken in de wereld geassisteerd in de strijd tegen het water. Deze kleine doch dappere handelsnatie wist de zeven zeeën te beheersen en werd welvarend door handel en nijverheid. Groten der aarde kwamen uit de Lage Landen. Verlichte geesten zoals Anthony van Leeuwenhoek die een microscoop in elkaar knutselde. Baruch de Spinoza (ook een immigrantenzoon overigens) schreef hier zijn Ethica. De faam van Hermanus Boerhaave reikte helemaal tot in het verre China. En als klap op de vuurpijl wist Nederland nog Johan Cruyff voort te brengen. De Verlosser. Geen slecht resultaat voor een klein landje aan de Noordzee.
Doch nu wordt deze dappere natie bedreigd. Een tsunami van islamisering ligt op de loer. Duivelse en barbaarse krachten uit mysterieuze woestenijen ver oostelijk en zuidelijk van ons. De pijlers van de beschaving worden bedreigd door Moren en Hunnen. De christelijke normen en waarden alsook het liberale gedachtegoed worden op de korrel genomen. De barbaren zijn zelfs al onder ons en ze nemen hun eigen lectuur mee. De Koran is alomtegenwoordig en dat haatzaaiende boek verspreidt zich snel. En die angstige en door de islamitische tsunami murw gebeukte Nederlander ziet niet in hoe onze edele cultuur, onze vrijheden en onze beschaafde verworvenheden geleidelijk aan van binnenuit worden opgevreten door donkere krachten uit het ochtendland. Gelukkig hebben wij nog moderne helden als Geert. Hij is opgestaan en zal ons weerom uit het duister van de nacht der tolerantie leiden. Ons Nederland zal gered worden! Hoezee!
Maar voorwaar! Ik vraag u!
Is die openheid en tolerantie niet inherent aan dit door handel en nijverheid groot geworden kleine landje? Hadden wij met de VOC niet eigenlijk als eerste een multinational? Hebben we niet actief vreemdelingen naar ons land gehaald om hier te komen werken? Moeten we tegenwoordig eigenlijk niet zo zeiken met zijn allen?
Misschien moeten hier in Nederland ook gewoon eens wat aanslagen plaatsvinden. Niet omdat ik religieus extremisme goedkeur of Nederlanders een gewelddadige dood toewens. Maar gewoon om ons zeikerds weer eens een keer tot elkaar te brengen. Om de écht onbelangrijke zaken weer eens in perspectief te plaatsen. Want Nederlanders zijn heel erg goed in zeiken om niks. Terwijl we niet veel meer zijn dan de gelukkige inwoners van heel welvarend geworden delta aan de Noordzee. Wíj besloten om de zeven zeeën te gaan bevaren. Wíj wilden zo nodig specerijen uit de Oost en goedkope arbeiders uit Marokko. Ons eigen Philips zat vanaf de jaren dertig ook naar hartelust met een globaliserend massamedium als televisie te klungelen. We maakten zo de wereld zelf kleiner. We contrueerden zelf het global village omdat wij zo nodig innovatief moesten zijn. Globalisering is niet iets wat je alleen gebruikt als het je uitkomt. Niet iets dat alleen handig is als je een fabriek Chinezen jouw partij Nikes wil laten produceren. Of als je tussen de oorlogvoerende partijen door wat Afrikaanse olie of koltaan wil jatten om daar plastic of telefoons van te maken.
Wij leven hier in een bijkans uniek historisch equilibrium dat zich voornamelijk kenmerkt door een opvallend hoog welvaartsniveau en een gebrek aan gewelddadige conflicten die in het verleden het leven vaak vorm gaven. En als je Thomas Friedman mag geloven met zijn ‘Golden Arches Theory of Conflict Prevention’* zitten we nog wel even prima hier. Wij moeten ons vooral eens realiseren hoe goed wij het eigenlijk hebben. Binnenkort zijn de laatste generaties die nog daadwerkelijk fysiek aanwezig waren toen Auschwitz de realiteit was en de Duitsers Rotterdam kapotschoten, ook verdwenen. Opgeslokt door de geschiedenis. Alle overgeblevenen raad ik aan om minder moeilijk te doen. En om minder te zeiken. Want dat is nou net een deel van onze historische identiteit waar we best zonder kunnen.
* De beste man bedoeld hiermee dat als een land bepaald welvaartsniveau heeft bereikt en tot op zekere hoogte meegaat in het economische globaliseringsproces de kans op gewapende conflicten drastisch vermindert. Dit omdat het gewin dat te behalen valt in een territoriaal conflict om bijvoorbeeld toegang te krijgen tot grondstoffen of iets dergelijks met dank aan de internationale economische belangenverstrengelingen nooit groter kan zijn dan het positieve effect van het vermijden van een conflict. Het bereiken van dat welvaartsniveau wordt volgens Friedman gekenmerkt door de aanwezigheid in een land van internationale concerns als McDonald’s. Vandaar, Golden Arches.