zondag 17 mei 2009

De weldoorvoede zwerver.

mei 2009

Ik loop door de stad en kijk op naar de klok. Om te zien hoe laat het is. Daar zijn klokken immers voor. Ik kan ook wel naar de zon gaan lopen staren maar daar kan ik een stuk minder snel uit afleiden hoe ver de dag gevorderd is. Ik heb net boodschappen gedaan en mijn fiets naar de fietsenmaker gebracht. Ben net op tijd gekomen voor college, net op tijd mijn urenbriefje bij het uitzendbureau ingeleverd en heb nog op de kop af een kwartiertje om ergens wat te eten te scoren alvorens ik een bus moet inspringen naar het oefenhok. Ik zeul twee tassen gevuld met allerlei supermarktproducten en schoolboeken over communicatie en statistiek mee, én draag een gitaartas met een dikke kluwen bekabeling en een sixpack bier op mijn rug. Tijd en zin om ver te lopen heb ik dan ook niet. Een grote zak friet met een ongezond dikke klodder mayonaise dan maar. Ik geef omringd door brabbelende toeristen mijn bestelling door en krijg een puntzak friet in mijn handen gedouwd door een chagrijnig kijkende Amsterdammer. Ik draai me om en loop tegen een dikke, zwetende Engelsman aan. Zucht. Na even rondgekeken te hebben lokaliseer ik een rustig plekje op een bankje aan de overkant van de straat. Ik plof mijn gitaar neer en begin te eten. Haastig maar wel lekker in de zon. En dat is ook wat waard. Frieten eten in het zonnetje. Had ik nou maar wat meer tijd om van deze mooie lentedag te genieten.

Terwijl ik mijn frieten naar binnen zit te schuiven kijk nog eens op de klok en concludeer dat een halve zak ook wel voldoende moet zijn om de avond door te komen. Ik moet echt eens richting bushalte gaan rennen. Ik spring op en vraag me nog net niet hardop af wat ik met mijn overgebleven friet moet doen. Mijn praktisch inzicht vertelt mij dat de verderop staande prullenbak uitstekend dienst kan doen als eindbestemming voor de betreffende frieten, maar mijn geweten zeurt wat over dat het zonde is om voedsel zomaar weg te flikkeren. Aan overvloed raak je snel gewend, denk ik bij mezelf. En terwijl ik naar de prullenbak loop om de overgebleven friet zijn duistere lot tegemoet te katapulteren en tegen alle verwachting misschien eens een keer op tijd te zijn voor een bandrepetitie, kom ik een zwerver tegen. Hij kijkt me aan en tovert een gouden glimlach op zijn bebaarde gezicht. Of ik misschien wat kleingeld heb. Dat heb ik niet. Maar wel een halve puntzak friet met vette mayonaise. En die neemt hij maar al te graag aan. Al had hij liever wat kleingeld gehad, vertelt hij lachend. Eten dat weggegooid wordt is in overvloed te vinden hier. Hij begrijpt de haastige mensen die goed eten weggooien niet zo. Almaar rennen en geen tijd voor de echt belangrijke dingen in het leven. Tenminste dat vindt hij ervan. Maar de zwerver heeft geen honger gehad vandaag. Vandaag in ieder geval niet.

Terwijl ik wegsnelwandel kijk ik nog even om. Naar de zwerver die met een grote grijns op zijn gezicht het absolute rustpunt lijkt middenin een rondkolkende mensenmassa die zich naar werk of huis haast (dat is nooit helemaal duidelijk in een 24-uurs economie). Dat zijn van die momenten dat ik me even afvraag wie nou beter af is. Ik of hij? Die zwerver die nog rustig met een halve puntzak friet in het zonnetje zit terwijl ik met een gitaar op mijn rug en twee tassen met boodschappen en boeken en allerlei andere zooi in mijn handen als een gek naar de bus ren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten